Home » Flexibel werken?

Flexibel werken?

Flexibel werken voortaan minder flexibel?

Om maar met de deur in huis te vallen: die kans zit er (dik) in na de conclusie van AG De Bock van 23 september 2022.

In deze zaak was sprake van een uitzendkracht die sedert mei 2014 op basis van twee aansluitende uitzendovereenkomsten (in fase 1 en fase 2) als machinebediende werkzaam was. In maart 2016 overkomt hem tijdens zijn werkzaamheden een ongeval waardoor hij twee van zijn vingers moet missen.
Werknemer heeft zich ziekgemeld. Als gevolg van die ziekmelding heeft werkgever de arbeidsovereenkomst met onmiddellijke ingang beëindigd.

In de NBBU-cao voor uitzendkrachten is opgenomen, kort gezegd, dat als een uitzendkracht uitvalt vanwege ziekte, er aan de uitzendovereenkomst met onmiddellijke ingang een einde komt, mits de uitzendkracht in fase 1 of 2 zit.

In feite fungeert de ziekmelding als een ontbindende voorwaarde die bij vervulling leidt tot het onmiddellijke einde van de uitzendovereenkomst.
AG De Bock is van mening dat deze ontbindende voorwaarde niet verenigbaar is met het wettelijk stelsel van het ontslagrecht.

Zij onderbouwt dit door o.a. te verwijzen naar het opzegverbod tijdens ziekte, welk verbod meer gewicht heeft gekregen onder de Wwz.
Zij geeft verder aan dat er onder de Wwz sprake is van een meer gesloten ontslagstelsel, met een limitatieve opsomming van de ontslaggronden en een gedetailleerde weergave van de opzegverboden, en wanneer daar een uitzondering voor geldt.

Er wordt ook verwezen naar de ratio van het opzegverbod tijdens ziekte door het uitzendbeding in de CAO wordt doorkruist.
Die ratio komt erop neer dat de zieke werknemer bescherming behoeft, tegen ontslag wegens ziekte en tegen de psychische druk die een ontslagaanzegging tijdens ziekte kan veroorzaken.

Elke andere werknemer zou beschermd worden, maar de uitzendkracht niet, en dat is niet goed te begrijpen volgens PG De Bock.
Zij concludeert tot nietigheid van de betreffende CAO-bepaling.

Ik ben het -vanuit menselijk oogpunt- met haar eens.

Maar, de CAO is wel tot stand gekomen door overleg tussen CAO partijen, te weten FNV, CNV Vakmensen en De Unie namens werknemers en de NBBU namens werkgevers (zie ook de definitie onder b van artikel 2 van de CAO).
Deze partijen zijn met bovenstaande regeling akkoord gegaan, en dat had natuurlijk anders gekund.

Ik ben zeer benieuwd of de Hoge Raad dit advies overneemt.
Ik houd u vanzelfsprekend op de hoogte!

ECLI:NL:PHR:2022:846, Parket bij de Hoge Raad, 21/04342

Direct contact

  • Quinten Matsyslaan 59, 5642 JC Eindhoven

  • Maandag tot en met vrijdag: 09:00 tot 17:00 uur